Praktijkvragen (en antwoorden) over werken met CMR-stoffen

Nieuws   06-03-2019

Regelmatig krijgen wij de vraag of het wettelijk verplicht is om blootstellingsmetingen naar CMR-stoffen uit te voeren. Daarnaast blijkt dat er in de praktijk onduidelijkheid is over de inspanningsverplichtingen voor werkzaamheden met CMR-stoffen, temeer wanneer de verwachte blootstelling beneden de grenswaarde ligt.

Hieronder lees je in het kort hoe je met deze kwesties kan omgaan in de praktijk.

 

Is het wettelijk verplicht om blootstelling aan CMR-stoffen te meten?

Nee, het is niet wettelijk verplicht om blootstellingsmetingen naar CMR-stoffen uit te voeren.

Wel dient het blootstellingsniveau aan alle CMR-stoffen te worden bepaald, net zoals dit voor alle andere gevaarlijke stoffen geldt (zie Artikel 4.2 uit het Arbobesluit). Hiervoor mag gebruik worden gemaakt van zowel kwantitatieve evaluatiemethodes (oftewel schattingsmodellen) als van geschikte, genormaliseerde meetmethodes (in lucht of urine/bloed).

 

Er gelden wél meetverplichtingen voor het meten van lood in de werkplekatmosfeer (zie Artikel 4.20a uit de Arboregeling) en controle van het loodgehalte in het bloed van de (mogelijk) blootgestelde werknemer (zie Artikel 4.20b uit de Arboregeling).

 

Hoe ver ga je met vervangingsbeleid en technische maatregelen?

Bedrijven dienen bewezen kankerverwekkende en mutagene stoffen (CM-stoffen, aangeduid met H340 en H350) zoveel mogelijk te vervangen. Als het technisch uitvoerbaar is om deze stoffen te vervangen door minder schadelijke stoffen dan is dit verplicht, ook als vervanging economisch of financieel minder aantrekkelijk is. Als dit niet kan, leg dan goed in uw administratie vast waarom het gebruik van de CM-stof noodzakelijk is én waarom vervanging niet ‘technisch uitvoerbaar’ is.

 

Bij het werken met bewezen CM-stoffen dienen altijd (technische) maatregelen te worden genomen – volgens de arbeidshygiënische strategie – om de blootstelling aan deze stoffen zoveel mogelijk te voorkomen. Echter wordt hierbij in de Arbowet wel nadrukkelijk onderscheid gemaakt tussen bewezen CM-stoffen mét een veilige drempelwaarde, en bewezen CM-stoffen zonder een veilige drempelwaarde.

 

CM-stoffen met veilige drempelwaarde

Voor CM-stoffen met een veilige drempelwaarde hoef je als bedrijf géén extra beheersmaatregelen meer te treffen om de blootstelling aan bewezen CM-stoffen te verlagen, zolang de blootstelling onder de grenswaarde ligt en de arbeidshygiënische strategie wordt gevolgd. Deze stoffen zijn opgenomen in lijst ‘B1. Lijst met wettelijke grenswaarden voor kankerverwekkende stoffen, vastgesteld op basis van het drempelwaarde-effect’ (Arboregeling, Bijlage XIIc. behorend bij artikel 4.19).

 

CM-stoffen zonder veilige drempelwaarde

Voor CM-stoffen zonder een veilige drempelwaarde geldt dat er altijd een risico voor de gezondheid is, ongeacht de mate, hoogte of duur van de blootstelling. Deze stoffen zijn opgenomen in de lijst ‘B2. Lijst met wettelijke grenswaarden voor kankerverwekkende stoffen, vastgesteld volgens de risicobenadering’ (Arboregeling, Bijlage XIIc. behorend bij artikel 4.19). In dit geval ben je als bedrijf verplicht om alle technisch uitvoerbare maatregelen te nemen, volgens de arbeidshygiënische strategie, zelfs als de blootstelling al onder de grenswaarde ligt.

 

Verdachte CM-stoffen en R-stoffen

Voor verdachte CM-stoffen (te herkennen aan H341 en H351) en voor alle reprotoxische (R-) stoffen (aangeduid met H360, H361 en H362) gelden bovenstaande aanvullende eisen niet, maar dient de blootstelling ook zover mogelijk onder de grenswaarde te liggen. Dit geldt overigens voor alle gevaarlijke stoffen, oftewel stoffen met één of meerdere H-zinnen (zie Artikel 4.1c, Arbobesluit).

 

Hoe ga je als bedrijf om met CMR-stoffen?

Een goed CMR-beleid begint met een up-to-date register van gevaarlijke stoffen. Hierin houd je ook bij of uw stoffen en producten CMR-geclassificeerd zijn. Beoordeel vervolgens de blootstelling aan alle CMR-stoffen in uw bedrijf. Deze dient dus altijd zo laag mogelijk te zijn.

 

Daarnaast geldt voor alle bewezen CM-stoffen (aangeduid met H340 en H350) een aanvullende vervangingsplicht. Het is om deze reden verstandig om te onderzoeken of er alternatieven er zijn voor CMR-stoffen in uw bedrijf.

 

Indien schattingsuitkomsten wijzen op verhoogde risico’s, dan raden wij aan om de blootstelling in een geavanceerder (‘higher tier’) schattingsmodel te berekenen (zoals het ART-model) óf om een meetplan op te stellen voor blootstellingsmetingen naar CMR-stoffen in lucht of urine/bloed. Dit geldt met name voor CMR-stoffen die gedurende het productieproces ontstaan (bijv. kwartsstof, lasrook of dieselmotoremissies), of voor CMR-stoffen waarvan bekend is dat ook huidopname een belangrijke rol kan spelen (bijv. Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen, ofwel PAKs).

 

De adviseurs van Chemrade hebben ruime ervaring in het uitvoeren van risicobeoordelingen met schattingsmodellen, het opstellen van een meetplan voor gevaarlijke stoffen (waaronder CMR-stoffen) en het uitvoeren van blootstellingsmetingen in lucht en urine. Meer weten? Kijk dan op onze website en neem gerust contact met ons op.

 

iStock 111938836507